1944
september
Standaard

Oproep Arbeidsdienst

Daar ik geen boerenzoon was kreeg ik, half oktober 1942, een oproep voor  de arbeidsdienst. Ik ben toen terecht gekomen in Groningen, in de Slingerbeetjes, tegenover was een Joods kamp. Op een gegeven ogenblik dacht ik :”Ik moet hier weg zien te komen”. Op een keer meldde ik mij ziek, ik heb toen steeds maar volgehouden dat het steeds erger werd. En op zekere dag moest ik naar een ziekenhuis in Utrecht voor onderzoek, toen dat voorbij was  mocht ik terug zonder geleiden. Zodra ik buiten was ben ik naar huis gevlucht.

Na een paar dagen thuis kwam politie Wim van de Anker bij ons zeggen dat ik in het politieblad stond ben ik maar vlug ondergedoken.

Ik ben toen naar Basten aan de Kuikseindseweg gegaan waar ik in een ondergrondse schuilkelder gezeten heb. Wim Basten kwam mij eten brengen. Het was zo’n ellende in die schuilkelder, koud en nat, ik heb er zelfs nog schurft opgelopen. Pas tergen de bevrijding werd het minder met het gevaar. Ik had toen wel een Ausweis gekregen maar dat was niet meer geldig.

 

more
Standaard

Radio inleveren

13 mei 1943 kregen we van de Duitsers te horen dat we de radio moesten inleveren, dit om te voorkomen dat we naar de BBC of radio Oranje konden luisteren. Enkele deden dit wel maar wij verstopte de radio. Stiekem luisterde wij naar radio Oranje samen met Caman, die de leider was van de onderduikers. Ook Marie van Kruisdijk, Leermakers en Haneveld kwamen bij ons luisteren en er werd alles besproken in het Engels. Op het laatst hing bij ons in de keuken een plaat en daarop werd aangetekend hoe alles erbij stond.

more
Standaard

Oorlog aan de Kanaaldijk

Van de oorlog aan de Kanaaldijk is erg weinig te merken geweest. De binnenkomst van de Duitsers is ongemerkt aan de bewoners voorbij gegaan. Alleen het feit dat er een Frans vliegtuig is neergestort aan de Groenewoudseweg is in de herinnering gebleven. De Nederlandse militairen hadden ook de bruggen over het kanaal opgeblazen waardoor ze aan de overkant in de problemen kwamen omdat ze hun melk niet meer konden leveren. Er was wel een noodbrug gebouwd bij de Kattenbergseweg maar daar kon je alleen met de fiets over en niet met melkbussen. Daarom hadden ze een vlot gebouwd dat ze met een lange stok naar de overkant boomden. Daar zetten ze de melkbussen neer die dan opgehaald werden door Rooijakkers die ze in Middelbeers naar de melkfabriek bracht.
Met enige moeite konden ze zo ook een koe naar de overkant krijgen.

 

Van de bevrijding is er aan de Kanaaldijk niets te merken geweest omdat ze geëvacueerd waren. Maar de weken ervoor was het wel spannend geweest. De rest van Beers was bevrijd en zij zaten daar aan de andere kant van het kanaal nog tussen de Duitsers en in de vuurlinie. De Duitsers schoten op de Engelsen aan de andere kant van het kanaal en de Engelsen schoten uiteraard terug.
Het is in deze periode geweest dat de heer Das bij de Kattenbergsebrug het leven liet als gevolg van een granaatscherf.

In september kreeg Geerts bezoek van een 40-tal Duitse militairen die zich ongevraagd in de stal installeerden. De bevelvoerende officier kwam eens binnenkijken en meteen was de dochter des huizes haar eigen kamer kwijt. Daar sliep vanaf toen de officier.

more
Standaard

Dansen en onderduiken

We gingen dikwijls dansen in Tilburg bij Ton Smits in de Heuvelstraat. Daar was en dansschool. Ik ging er, op de fiets, met nog enkel anderen waaronder Marietje van Dommelen  ook uit Middelbeers. Wat moesten we ander doen op zondag, er was maar weinig te beleven! Het dansen was verboden, dat wisten we allemaal wel maar wij stonden niet stil bij het gevaar.

Tot op een zondagmiddag, in januari 1943, toen we ook weer in Tilburg in de danszaal waren kwam er opeens kwam er een groep Duitsers in uniform binnen. De hele zaal werd afgesloten, de meisjes mochten eruit en de jongens werden meegenomen naar de Willem II kazerne in Tilburg. Daar hebben we nog de hele middag in de sneeuw gestaan. We waren tot onze knieën ingesneeuwd en mochten niet bewegen, we moesten stil blijven staan. Allemaal in een rij.

Een wacht liep op en neer met en geladen geweer en pas ’s avonds zijn we in een vrachtwagen geladen en naar ’s Hertogenbosch naar het Huis van Bewaring gebracht. Daar zijn we nog een hele week geweest. Toen werden we weer in een vrachtwagen geladen  en naar  Amersfoort gebracht.

We hadden enkel onze zondagse kleren aan, anders hadden we niets bij ons. In Amersfoort, daar zaten wel 4000 man, aangekomen hadden we nog steeds dezelfde kleren aan die niet zo fris meer waren. Daar moesten we onze kleren inleveren en kregen we een kamppak aan en klompen. Sokken kregen we niet.

Na enkele weken werden we ‘s nachts op transport gezet nu naar West-Falen in Duitsland. Ik had al afgesproken met twee andere jongens, Ad Hoozemans uit Diessen en Christ van Riel uit Hilvarenbeek, dat we onderweg uit de trein zouden springen.

Terwijl de trein op volle snelheid  lag zijn wij er ter hoogte van Liempde uitgesprongen zoals afgesproken. We zouden afzonderlijk naar huis lopen. Ik was weinig gewond, veel schaafwonden en een gebroken vinger. Uren heb ik door de velden en bossen gelopen.

Uiteindelijk kwam ik in Oirschot bij molenaar van Kessel aan de Bestseweg uit. Pas ’s avonds toen het donker kwam dierenarts Roelvink met de motor en die heeft mij meegenomen.  Roelvink bracht mij naar Sjef Adriaanse aan de Voorteindse-weg, dat was een oom van mij. Daar ben ik een nacht geweest en toen naar brugwachter Mans aan de Groenewoudse brug  gegaan. Daar ben ik tot mei 1944 ondergedoken geweest.

more
Standaard

Schijnvliegveld

Plattegrond schijnvliegveld

uitkijktoren bij de Maneschijn
Bunker aan de Langereijt

Ik woonde op de boerderij, Johanna Hoeve aan de Oirschotseweg A51, welke lag midden op de schijnvliegveld, samen met mijn oudere broers en zusjes.

Al direct na de bezetting, juni 1940, werd er een schijnvliegveld aangelegd in de nabijheid van de Oirschotseweg. Er werden slagbomen over de weg aangebracht en die werden ’s nachts gesloten, en dan mocht er geen enkel verkeer meer over die weg. De slagbomen werden geplaats, een in Oostelbeers op de huidige Langereijt tussen nr. 21 en 10 en de andere in Oirschot op de Beerseweg bij nr. 10.

Op het schijnvliegveld werd een namaak startbaan aangelegd, deze bestond uit een wel 500 meter lange spoorrails met daarop een namaakvliegtuig. Aan het begin bij het huis van Gerrits een hangaar. De zogenaamde startbaan had ook nog aan weerszijde van de baan een lange rij lampen. Het vliegtuig, vastgekoppeld aan een staaldraad, werd voortgetrokken door een elektromotor.  Zo kon het vooruit de hangaar uit en weer achterwaarts terug. Bij Nol Veldman waren de barakken gebouwd en ook een  op  de  weg   naar  de “Witte Bergen”. Daar was ook een bunker gebouwd, waar de Duitsers konden schuilen als er bommen gegooid werden. Het schijnvliegveld werd dag en nacht bewaakt.

Al vlug vielen de eerste bommen en wel op 6 en 7 augustus 1940. Een viel er net langs ons huis en een andere viel tegen de voorkant van het huis van Versteeg, waardoor er de gehele voorgever uitsloeg. Zij woonden toen nog in het huis, maar er waren geen ongelukken  gebeurd,   Gerard, Gerda, 9 kinderen en een knecht, lag te slapen. Het huis was zo zwaar beschadigd dat ze er niet meer in konden wonen.

more
Standaard

De vroedvrouw

Toen de oorlog in mei 1940 uitbrak woonde ik in Middelbeers, Willibrordstraat 2. Ik was vroedvrouw en dit was mijn ambtswoning. De hele oorlog heb ik mijn werk normaal uitgevoerd, ik had weinig hinder van de bezetters en voor mijn vervoer had ik een lichte motor, brandstof kreeg ik voldoende, deze was echter wel op de bon.
Ook heb ik gezorgd dat een piloot die bij Kees  Goossens  aan de Franse Baan terecht was gekomen,  weer uit Nederland weg kon komen en deze piloot is  ook weer in zijn eigen land aangekomen. Verder heb ik nog een piloot zijn wonden verzorgt, die was bij de familie Haneveld aan de Kromvensedijk in Middelbeers gekomen.
21 september 1944 kreeg ik nog een familie Soethout uit Oirschot op bezoek. Zij moesten evacueren en dachten we trekken naar Middelbeers dan zitten we dichter bij de vroedvrouw omdat mevrouw Soethout  een baby verwachtte en het alle dagen kon gebeuren. Wij hadden echter geen plaats meer en ik kon ze onderbrengen bij Sjef Liebregts, daar waren ze welkom. Toen op 22 september de eerste granaat viel bij de textielwinkel van Eeten werd mevrouw Soethout zwaar gewond, waarna direct de bevalling begon , ik ben met haar de kerk ingevlucht waar het kindje dood geboren werd.

 

more
Standaard

Oproep militaire dienst

In oktober 1939 was ik aardappelen aan het rooien bij Sjef Hooijen, toen veldwachter Heeffer aan kwam met een oproep om in vervroegd militaire dienst  te komen. Hij moest dit mij persoonlijk afgeven. Ik kreeg deze vervroegde oproep omdat de spanningen op liepen. Na een paar dagen ben ik weggegaan naar Venlo – Blerick waar ik een 5 maanden durende opleiding heb gehad.
Vanuit de tenten, in het open veld nabij Grubbenvorst, zijn we naar Hout-Blerick gegaan en vandaar moesten we naar de stellingen aan de Maas. Daar lagen wij met ongeveer 50 soldaten. We moesten om de beurt naar de Maas op wacht, dag en nacht, waar we om de 2 uur werden afgelost. De overige taken was het bouwen van stellingen en loopgraven. Net toen ik op wacht stond, 10 mei 1940, om ongeveer een uur 4 – 5 brak de oorlog uit. Al na een uur toen het licht geworden was, zagen wij al aan de overkant van de Maas Duitse soldaten op de motorfiets op en neer rijden. Daar aan de overkant was een bos wat wij vrij moesten houden van Duitsers. Na 12 uur in de middag kwamen ze ons vertellen dat we ons moesten overgeven, terugtrekken kon niet meer omdat de Duitsers toen al overal om ons heen zaten. Vanaf dat moment was ik krijgsgevangenen, ik kreeg nummer 4099 en kwam voor enkele weken in gevangenschap.
Via Kaldenkirchen zijn wij per trein naar Bocholt vervoerd. Daar zijn we 8 dagen gebleven en toen dieper Duitsland in. Een treinreis van 28 uur bracht ons maar Stargard in Polen.
De 6e of 7e week van onze krijgsgevangenschap kregen we toestemming om terug te gaan naar Nederland. Met de trein werden we vervoerd naar Oldenzaal waar we 10 gulden de man kregen  en verder maar moesten zien hoe we thuis kwamen.

more
Standaard

Eten (Ver)kopen en een Engelse piloot

Omstreeks 1943 kwamen de eerste mensen uit de stad voor eten te kopen, daar was veel te weinig,  brood bakken deden we zelf, en dat verkochten wij dan aan die mensen,  maar er kwamen er steeds meer,  totdat het veel te erg werd en wij alleen nog maar aan de  mensen verkochten die van het begin af gekomen waren. Alles werd door de Duitsers geregistreerd, en bij het dorsen stond dan ook een controleur bij, die kneep wel eens een oogje dicht, zodat wij wel wat weg konden zetten, en dat werd dan verstopt op een geheimen plaats Het graan gemalen krijgen ging ook wel, wij lieten het malen bij van Himbergen, of ook wel bij Peters in Oirschot net over de brug. Boter maakte we ook zelf en die werd ook verkocht aan die mensen uit de stad, ook wel eens fruit uit de boomgaard, die mensen wilden alles. Wat we mee maakten met een bakker uit Tilburg, het was denk ik in 1943. De man kwam bij ons en kocht boter, appels, peren en boontjes, hij pakte het allemaal op zijn fiets. Die was erg zwaar geladen waarop ik tegen hem zei : “als dat maar goed afloopt want als je ze zo zien fietsen zullen ze je wel aanhouden en dan ben je erbij”.  Hierop antwoorde hij dat hij dat niet zou zeggen waar het vandaan kwam.
Op 20 december 1943 was er ’s avonds om 9 uur in Oirschot een vliegtuig gevallen vooraan op de Eindhovensedijk, de piloot was uit het brandende vliegtuig gesprongen. De piloot was aan het zwerven gegaan in de richting Best en daar was hij bij een boer aangekomen, hij had een beschadigde voet opgelopen. De piloot kreeg bij die boer een klomp en eten en zo is hij ’s morgens op 21 december om 5 uur in de ochtend bij ons komen aanzetten. Ik liet de man binnen en deed het licht aan, toen zag ik pas dat het een piloot was, ik kneep hem wel daar wij maar 500 meter van de Duitsers af woonden die op het schijnvliegveld woonden.
Zuster Teepen, dat was de voedvrouw, zou wel komen praten met hem zo goed als het ging met het engels dat zij kende. Die zelfde dag was ze nog gekomen en ze bracht ook een woordenboek mee.  De piloot heette Jemmi Smiet (Jimmy Smith) en woonde in Dendie (Dundee) in Schotland, dat zijn we pas later te weten gekomen.
Piet Leermakers, hij was vee verloskundige, zat ook in de ondergrondse en kwam veel in Beers, ook bij ons. Ik heb met Piet Leermakers over de piloot gesproken, en die heeft ook met de piloot gesproken over de terugtocht naar Engeland. De piloot wilde toch liever weg gebracht worden door Leermakers. En zo kwam het dan op zekeren dag dat het zover was, wij gingen op de fiets weg. Piet voorop daarachter op 50 meter afstand fietste de piloot en op 100 meter afstand daarachter fietste ik. Wij hadden afgesproken als ze aan ons aan zouden houden dat we elkaar niet kende. Het liep allemaal goed af en kwamen veilig in Biesthoutakker aan, vanwaar hij verder gebracht zou worden.

more
Standaard

Dienstplichtig soldaat

Ik ben als dienstplichtig soldaat opgeroepen in april 1938. De eerste zes weken in Venlo daarna drie maanden in Eindhoven. Later in ’s-Hertogenbosch en negen maanden in Beek en Donk. Toen de mobilisatie uitbrak was ik gelegerd in Handel waar we veel moesten oefenen. Op een keer waren we aan het oefenen aan het kanaal in Beek en Donk. Wij aan de ene kant en andere soldaten aan de andere kant van het kanaal. Ik dacht aan zo’n oefening is ook niks aan want we moesten alsmaar paf-paf roepen.

Toen de oorlog, 10 mei 1940, was uitgebroken werden we op transport naar de Maas gezet. Onderweg ,in de Kruisstraat, zagen we al Duitse vliegtuigen naar beneden komen. Bij de Maas aangekomen was de brug al opgeblazen en moesten we op een pont de Maas oversteken. We zaten met veel te veel soldaten op de pont en ik was dan ook wel bang. Ook kwamen er Duitse jagers over gevlogen die ons beschoten. Op een pont naast ons werden twee soldaten geraakt. Wij zijn ongedeerd aan de andere oever , in Opijnen, aangekomen’.

Bij mij waren ook Sjef Olie (Kolsters) uit Middelbeers , Harrie Timmermans uit Diessen en Jan van Zeeland uit Oirschot.

Na enkele dagen Opijnen kregen we het bericht dat Nederland zich had overgegeven. Daar was voor ons niets van te merken want we hadden nog geen Duitser gezien. Onze wapens moesten we inleveren. We moesten wel in ons militair tenue blijven lopen. Ook hadden we elke ochtend appel bij onze officieren’.

Al vrij vlug mochten de soldaten die getrouwd waren en zij die thuis niet gemist konden worden naar huis, ik mocht na twee maanden naar huis.

more
Standaard

Verjaardag

Op 14 september 1944 hebben we Evert Soethout zijn verjaardag gevierd en de laatste cacao opgemaakt, want we zeiden tegen elkaar wie weet wat ons de komende tijd te wachten staat.

more
Standaard

Hoog zwanger

18 September 1944 kwam het bevel dat we ons huis moesten verlaten en gezien mijn toestand, ik was hoog zwanger, wilde ik graag bij de voedvrouw, zuster Teepen, in Middelbeers wonen. We konden bij Sjef en Marie in huis komen, als de nood aan de man kwam. Zuster Teepen was bereid om te helpen, als de baby zou komen.

more
Standaard

Bevrijd?

20 september 1944 kwamen ze zeggen dat we bevrijd waren. Daarop ben ik direct een maaltijd klaar gaan maken. Maar plotseling kwam Olde Bijvanck vertellen dat de Duitsers terugkwamen, zij stonden weer bij de brug bij van Roovert. Hals over kop zijn we toen naar Vessem gevlucht, in de haast nam ik nog mijn stopmand met sokken mee, maar mijn geld vergat ik! De pastoor ontfermde zich over de geconsacreerde hosties, die moesten per se mee. De niet gewijde hosties liet ie achter’. Op straat was paniek, iedereen zocht een heenkomen. Sien Willems vervoerde haar oude moeder op een kruiwagen en verderop liep een varken los over straat’.
29 of 30 september 1944 mochten wij pas terug naar huis.

Note:

7 Januari, in 1943 zijn de kerkklokken weggehaald door Duitsgezinde land-genoten. De klokken hebben nog één dag achter in de kerk gestaan, vandaar zijn ze naar het spoorwegetablissement in Tilburg vervoerd.

more
Standaard

Granaat!

22 September 1944 Terwijl ik mijn huishoudelijke verplichtingen nakwam, kwam een granaat tegen de gevel van Van Eeten en de granaatscherven vlogen plotseling bij ons door het raam naar binnen. Ik was daar meer 1 meter vandaan en werd door granaatscherven getroffen in mijn linker arm 2 scherven in mijn borst en een scherf schampte over mijn rechter schouder.   Ik vloog naar Hendrik, die zich aan het  scheren was in de keuken,  en viel voor zijn voeten neer. Hendrik riep zuster Teepen die op de weg was. Ze kwam spoedig met enkele Rode Kruishelpers met brancard, die brachten mij naar de overkant naar de school, die als Rode Kruisgebouw was ingericht’. Hier bevonden zich Sjef Liebregts en de heer Haneveld, beiden lid van de E.H.B.O. Ik werd verbonden en het bloeden werd met baddoeken gestelpt en door de Engelse naar het ziekenhuis in Eindhoven vervoerd.

more
Standaard

Bevrijd!

Tijdens de laatste dagen van de oorlog was ik bij de fam. Fransen aan de Hertog Janstraat in Middelbeers als kraamhulp aan ’t werk en wilde net een luier naar buiten brengen toen ik twee soldaten langs het raam zag komen, helemaal onder de takken als camouflage. Ik schrok er zo van en vluchtten terug  naar de kelder. De soldaten kwamen binnen en gooiden sigaretten op tafel. Theo Fransen, die in de keuken aanwezig was, zei: “kom maar tevoorschijn, dit zijn Engelse”, en toen was ik ook bevrijd, dat was op de 24ste.
Toen wij buiten kwamen, keken we direct naar ons huis en zagen dat er nog geen (dak) pan vanaf was. Ik met Theo Fransen wat spullen bij elkaar gepakt en op weg naar Vessem. Maar eerst wou ik toch wel even bij ons naar binnen kijken, maar er was niemand, alleen die twee Engelse soldaten. Die wezen naar een schilderij wat in de kamer hing. Eerst wezen zij naar onze Piet en ons Maria, en toen hadden zij het over 6 kilometer evacueren maar ik wist niet wat dat betekende. Van onze Piet en Maria dacht ik dat die wel de bossen waren ingevlucht.
Toen wij op weg waren naar Vessem zagen we, ter hoogte van Frans Timmers, in de verte Jan van Aken aan komen met zijn hand in het verband. Marie Liebregts was er ook bij en die vertelde iets tegen Theo Fransen. Ik dacht dat ze het hadden over onze Piet en ons Maria. Ze vertelde eerst dat Frans Timmers in de kelder dood geschoten was, en toen van onze Piet en ons Maria.
Het was n.l. zo: Ikzelf was niet thuis toen er in onze schuilkelder thuis dat ongeluk gebeurden. Ik kreeg te horen dat ons moeder en onze Jan zwaar gewond waren, en door een Rode Kruiswagen waren weggebracht, en de rest van ons gezin naar Vessem waar ik 2 dagen later aankwam.
Onze Jan hadden we vlug gevonden, die lag in het ziekenhuis in Eindhoven, maar waar ons moeder was wist niemand waar ze die naar toe gereden hadden. Ze waren samen nog in de Rode kruiswagen naar Oerle gebracht. Ook niemand van de Engelsen kon het vertellen. Na 6 weken zoeken kwam er een bericht uit het St. Elisabeth gasthuis in Antwerpen. Ze lag hier omdat het ziekenhuis in Eindhoven helemaal vol was.

Al direct na de bevrijding kwam er de H.A.R.K. (Hulp Actie Rode Kruis), deze H.A.R.K. is mede opgericht door Mevr. Haneveld. Alles werd ingezameld zoals, kleding, schoenen, dekens, ook veel was er afkomstig uit Amerika en Engeland. Het werd opgeslagen op de zolder bij Cees Huijbers, boven de winkel in de Doornboomstraat. Het werd uitgedeeld aan diegene die ‘t zwaarst getroffen waren’.

more